Op deze pagina vind je een globaal overzicht van de programmeeronderwerpen waarvan we verwachten dat je ze begrijpt en kunt toepassen.

Het gaat hierbij om de basis van programmeren die je nodig hebt om opdrachten zelfstandig en goed uit te voeren.

Deze onderwerpen kunnen tijdens opdrachten, gesprekken, presentaties en beoordelingen terugkomen.

🔹 Basiskennis programmeren

Je laat zien dat je de basisprincipes van programmeren begrijpt. Dit betekent dat je niet alleen code kunt schrijven, maar ook kunt uitleggen wat je doet en waarom.

Datatypes

Je kunt aangeven wat datatypes zijn en waarvoor ze worden gebruikt.

Je begrijpt het verschil tussen bijvoorbeeld int, float, string en bool en weet wanneer je welk datatype inzet.


Parameters

Je kunt uitleggen wat parameters zijn en hoe je ze gebruikt binnen methodes of functies.

Je begrijpt hoe gegevens worden meegegeven en hoe dit invloed heeft op de werking van je code.


Return in een methode

Je kunt uitleggen wat return doet binnen een methode.

Je begrijpt hoe een waarde wordt teruggegeven en hoe deze later in de code kan worden gebruikt.


Coroutines

Je kunt uitleggen wat coroutines zijn en waarvoor ze worden gebruikt.

Je begrijpt het verschil tussen gewone methodes en coroutines, bijvoorbeeld bij het werken met tijd, animaties of vertragingen.