Een constructor is een speciale methode in een class die wordt aangeroepen wanneer een object van die class wordt aangemaakt. De constructor heeft dezelfde naam )als de class en wordt gebruikt om het object te initialiseren. Dit is hoofdletter gevoelig! Het moet dus exact dezelfde naam zijn.
Constructors worden gebruikt om initiële waarden toe te wijzen aan velden van een object en om eventuele benodigde instellingen of afhankelijkheden bij het aanmaken van het object door te voeren. Ze helpen bij het implementeren van encapsulation en zorgen voor een consistente manier om objecten te initialiseren.
Een access modifier bepaalt de zichtbaarheid en toegankelijkheid van een class, methode of variabele binnen een C#-toepassing. Hiermee kan je regelen welke delen van je code toegankelijk zijn vanuit andere delen van het programma.
De twee belangrijke access modifiers voor nu zijn public en private
public - Code is toegankelijk voor alle classes.private - Code is alleen toegankelijk voor de directe class waar private in gebruikt wordt.Er zijn nog twee access modifiers beschikbaar in C#. protected en internal. Deze zijn iets ingewikkelder in hun gebruik. Voor nu is protected een leuke om alvast eens over na te denken, als je al bekend bent met de term ‘inheritance’.
protected - Code is toegankelijk alleen voor classes die afstammen van de class waarin protected gebruikt wordt.internal ) - Code is toegankelijk vanuit dezelfde assembly. (Hier komen we voorlopig niet op terug. Voor de toets kan je deze even ‘vergeten’, maar weet van het bestaan af!)