1. Naming Conventions
- Classes and Structs: Gebruik PascalCase (MyClass, Person, OrderService).
- Methods: Gebruik PascalCase (CalculateTotal, LoadData, SendEmail).
- Variables and Fields: Gebruik camelCase voor lokale variabelen en private fields (totalPrice, customerName). Voor private fields kan een underscore prefix worden gebruikt (_customerName).
- Interfaces: Prefix met 'I' (IPerson, IRepository).
- Enum Names: Gebruik PascalCase, waarbij elke waarde ook PascalCase heeft (OrderStatus, Shipped, Cancelled).
- Constants: Gebruik PascalCase (MaxSpeed, DefaultColor).
2. Algemene Best Practices
- Gebruik duidelijke en beschrijvende namen: Namen moeten betekenisvol zijn en de intentie van het code-element overbrengen.
- Vermijd code duplicatie: Hergebruik code waar mogelijk om onderhoudbaarheid te bevorderen.
- Minimaliseer het gebruik van magic numbers: Gebruik constanten of configuratie-instellingen in plaats van hardgecodeerde waarden.
3. Formatting and Whitespace
- Indentation: Gebruik 1 tab per inspringingsniveau.
- Blank Lines: Plaats lege regels tussen methods, properties en blokken logische code voor leesbaarheid.
- Braces: Openingshaakjes { moeten op een nieuwe regel staan na de instructie, en afsluitende haakjes } op een nieuwe regel.
if (condition)
{
// Code
}
Maximum Line Length: Houd je aan een maximale regellengte van ±120 karakters. Breek lange regels af waar nodig.
4. Spacing
- Spaces:
- Voor en na operatoren: a + b, c == d.
- Na komma's in parameterlijsten: Method(value1, value2).
- Rond haakjes bij for, if, while, etc.: if (value == 10).
5. Access Modifiers